Waarom we de stad moeten liefhebben

Geplaatst op Zaterdag, 01-10-16 om 16:08:55

Blog > Waarom we de stad moeten liefhebben

Een pleidooi voor een effectiever, urbaner nationalisme

Een studie in de VSA van PEW[i] wees uit dat slechts vier procent van zogenaamde “consistente conservatieven” in de stad willen wonen. We zien hetzelfde in onze eigen middens (de oudstudentenkring althans): wie aan het volwassen leven begint, gaat werken, start een gezin en… verhuist. Meer wel dan niet gebeurt dit richting het platteland, of alleszins weg van de stad. Ondertussen nemen anderen onze plaats in de stad in.

 

Niet alleen allochtonen blijven achter in de stad (of eerder in de stadsrand) maar ook het demografische segment van onze linksprogressieve tegenstrevers (je kent ze wel, de bakfietsgezinnen). Ironisch genoeg zorgt de manier waarop demografisch links zichzelf woonmatig organiseert in stedelijke wijken voor een verplaatsing van allochtone gemeenschappen. Door het intrekken van jonge, middenklassegezinnen en de daarbij horende nevenactiviteiten worden stedelijke wijken opgewaardeerd. Hierdoor kunnen allochtonen het wonen in die wijken niet meer betalen. Dit fenomeen heet ‘gentrificatie’[ii].

 

Een verbondszuster die binnen enkele maanden bevalt van haar eerste, vroeg zich luidop af op Vlaanderens’ mooiste (de Ronde van Vlaanderen): “Als anderen al het ‘vuile werk’ oplossen, waarom moeten wij dan in de stad gaan wonen?” Hieronder ga ik op deze en andere vragen antwoorden.

 

De stad is toch Sodom en Gomorra?

 

Rechtse individuen zien de stad vaak als een oord van moreel verderf. Een en ander valt hiervoor te zeggen: doordat veel mensen bijeen wonen is er meer criminaliteit. Doordat wonen anoniemer is, valt heel wat sociale controle weg. Maar dat is slechts één kant van het verhaal. KVHV’ers en geestesgenoten zien ook ander gedrag als negatief. Multiculturalisme, alternatieve kijken op gezin en leven (homo-adoptie, bewust alleen ouderschap, abortus, polygamie…), druggebruik, overlast… Het zijn allemaal zaken waar KVHV’ers en geestesgenoten niet voor staan te springen.

 

Ironisch genoeg zijn we daar even verantwoordelijk voor als onze filosofische tegenstrevers. Door de stad uitsluitend over te laten aan progressieve inwoners verschraalt het intellectueel stedelijk leven tot een pensée unique en degenereren de mores tot wat we kennen als “vrijheid, blijheid” (alles kan, niets moet). Hoe meer de stille meerderheid de vluchtstrategie toepast, hoe meer dit fenomeen wordt versterkt. Dit niet alleen omdat de stad minder en minder dissidente (conservatieve) stemmen telt, maar ook nog eens omdat de linkse mores vervolgens vanuit de steden worden geprojecteerd naar de rest van de samenleving via culturele hegemonie[iii] (cfr. infra). Nochtans is een kleine afwijkende stem al voldoende om zo’n evolutie tegen te gaan. Kijk maar naar wat KVHV-Gent heeft gerealiseerd op dat vlak in de microkosmos van het Gentse studentenleven (PFK-erkenningsstrijd, rechtse sprekers aan de unief…). De steden zijn dus vaak immorele plaatsen, maar alleen zo omdat wijzelf de stad achterlaten: een selffulfilling prophecy.

 

Je kan toch geen kinderen opvoeden in de stad?

 

Er wordt weleens gesteld dat rechts-georiënteerde mensen meer gaan wonen op het platteland omdat ze meer kinderen willen, maar deze verklaring zet weinig zoden aan de dijk. Volgens dezelfde studie van PEW willen 47% van zelfbenoemde linkse mensen in de stad wonen. Progressieve mensen hebben niet in die mate een verschillend familiepatroon.

 

Er leeft een sterke overtuiging bij sommige nationalisten of conservatieven dat je een grote tuin moet hebben om kinderen op te voeden – net zoals het houden van een hond. Dat klopt niet. Buiten spelen is inderdaad pedagogisch nuttig voor kinderen, maar dat nut is niet voorbehouden aan een eigen tuin. Speeltuinen en stadsparken bieden dezelfde voordelen, met het extra voordeel van sociaal contact met leeftijdsgenoten (voor zowel de ouders als de kinderen).

 

En wie zijn of haar kind met degelijk onderwijs wil verschaffen zal zich vroeg of laat moeten terugkeren naar de stad waar de beste (middelbare) scholen zich bevinden. Verkeer van ouders die hun kinderen aan de schoolpoort afzetten – uit bekommernis voor de verkeersveiligheid van hun kind – zorgt paradoxaal voor meer veiligheidsrisico’s. Op die manier hebben kinderen die ver van hun school wonen een dubbel veiligheidsrisico: door de hogere verkeersdrukte én de afstand.

 

Allemaal goed en wel, buiten de stad is het mooier.

 

Er valt een en ander te zeggen tegen de grijze lelijkheid en het grauwe beton van de stad. Maar wat buiten kijf staat is dat links (en niet rechts) het initiatief neemt om de stad mooier en leefbaarder te maken (markten met lokale goederen, speelstraten, groenprojecten…). Natuurlijk rechtse thema’s zoals lokaal produceren/consumeren, authenticiteit… worden op die manier een links monopolie, zowel in de praktijk als in discours.

 

Maar er zijn belangrijkere motieven dan gepercipieerde esthetiek die het cruciaal maken dat nationalisten de stad niet verlaten:

 

“Steden zijn de economische, politieke en bovenal culturele centra van samenlevingen.”

 

Steden huisvesten, om logistieke redenen, het politieke hart van een samenleving. De verhoogde concentratie en nabijheid van allerlei infrastructuur zorgt ervoor dat staten hun beslissingscentra (parlementen, overheidscentra, en rechtbanken) in steden plaatsen (en vice versa). Daarom kiezen lobbyorganisaties ervoor om hun hoofdzetel te plaatsen in Brussel in plaats van Schellebelle. De belangrijkste beslissingen worden in de eerstgenoemde plaats genomen.

 

Hetzelfde geldt voor economische concentratie. M.u.v. die bedrijven in de secundaire sector die zich dichter bij grondstoffen gaan organiseren, kiezen bedrijven voor locaties met uitstekende verbindingen zoals de havensteden van Gent en Antwerpen. Wie (lokaal) vertegenwoordigd is in die plaatsen heeft een impact die het lokale overstijgt. Denk maar aan intercommunales[iv].

 

Maar steden zijn ook vooral culturele centra. Cultuur wordt gemaakt in de steden en vormt in een belangrijke mate de onderlaag van de politieke bovenlaag. Wie de cultuur domineert, beheerst het publiek discours. Scholen, kranten, tijdschriften… zijn op die manier gatekeepers van de geesten. Het competitief nadeel dat stadsafwezig rechts hierdoor ondervindt, is moeilijk te overschatten. Niet alleen zijn er de nadelen die hierboven zijn geschetst (het gebrek aan eigen gatekeepers). Maar rechts gaat zich door haar woongedrag ook meer gaan vereenzelvigen met rurale waarden terwijl de rest van de wereld in een snel tempo verstedelijkt. Het is daarom geen toeval dat nieuwe media als pakweg Instagram of Twitter bijna letterlijk zijn vormgegeven op een linkse leest. Rechts wordt daardoor steeds meer out of touch en zodoende reactief en defensief.

 

Maar ik kan mij toch simpelweg verplaatsen naar ‘the place to be’ wanneer het moet?

 

Wie denkt de bovengeschetste nadelen te kunnen compenseren door af en toe in de wagen te stappen, dwaalt. Het is rond woonplaatsen dat culturele netwerken worden uitgebouwd. Rurale plaatsen hebben kermiscomités; steden hebben cultuurraden, redacties, universiteiten…

Iemand die heen en weer pendelt, beschikt niet alleen over minder tijd om zich te engageren in het culturele middenveld, maar is minder performant in deze, want ongelukkiger: wie langer dan 45 minuten pendelt (heen), heeft een vergrote kans op een echtscheiding[v]. Bovendien beschikt de groep die verder van alles woont over een nadeel in (informatie)timing. Wie eerst informatie kan brengen, beschikt over de mogelijkheid om aan agendasetting te doen. Maar ook wie eerst in contact komt met idee(ën), beschikt over het voordeel van timing. De eerste zijn, is vaak belangrijker dan de beste zijn. Vraag maar aan Google Plus.

 

Als dat allemaal waar is, waarom gaan dan zoveel nationalisten weg van de stad wonen? Zijn dat dan allemaal dommeriken?

 

De onderliggende reden dat nationalisten en hun gezinnen meer ruraal wonen is dezelfde die de oorzaak is van de verschillen in professionele keuzes. Rechts kiest voor ‘harde’ jobs in de bedrijfswereld, links kiest voor ‘zachte’ jobs in onderwijs en cultuur. Het is een verschil in gedeelde preferenties. Om bepaalde redenen kiezen rechtse mensen voor jobs die meer direct geld opleveren.

 

Een en ander heeft te maken met waarden die eerder door rechtse mensen worden gedeeld zoals zelfredzaamheid (≠ individualisme), verantwoordelijkheid, plichten, zekerheid, orde enzoverder. Deze waarden leiden iemand vaker in de richting van een job in het bankenwezen, de producerende economie, advocaten- en artsenzaken enzoverder. Iemand die zichzelf links noemt hecht vaker belang aan waarden als solidariteit, collectivisme, (inter)culturaliteit, milieubescherming, rechten, enzoverder. Dit noopt links georiënteerde mensen er eerder toe om voor een carrière te kiezen in de cultuurwereld, het onderwijs, journalistiek, NGO’s…

 

Het zijn dezelfde collectieve preferentieverschillen die het divergerend woongedrag tussen links en rechts gaan verklaren (en die we hierboven al aanraakten): rechts ziet de stad als lelijk en immoreel, wil een eigen stuk groen (verstopt achter een grote heg) en opereert individueel. Links heeft een collectieve strategie om de stad naar eigen inzichten mooier en leefbaar te maken en injecteert haar moraal in de stad en in verlenging in de rest van de maatschappij.

 

Het KVHV is een politieke levensgemeenschap en ons netwerk(en) is hierbij van instrumenteel belang. De woonkeuzes die we na het afstuderen maken, spelen hierin een grote rol. Dus ga gerust en vermenigvuldig u, maar ga niet te ver.

 

Vbr. OS Jonas Naeyaert v. Rita
(Praeses KVHV-Gent 2010-'12)

 

[i] http://www.theamericanconservative.com/urbs/why-conservatives-should-love-the-city/

[ii] http://www.kuleuven.be/VFT/Excursies/Antwerpen/Inleiding/Context/Suburbanisatie/gentrificatie.htm

[iii] http://www.powercube.net/other-forms-of-power/gramsci-and-hegemony/

[iv] http://www.tijd.be/ondernemen/milieu_energie/Het_netwerk_van_Daniel_Termont.9021473-3088.art?ckc=1

[v] http://www.tijd.be/politiek_economie/belgie_vlaanderen/Het_einde_van_huisje_tuintje_boompje.9771363-3137.art