De slag om ‘t Gravensteen
Het lied (De slag om ’t Gravensteen – p276, 277 – zie infra) werd door E. De Ridder in opdracht van het K.V.H.V. Gent geschreven om de studentikoze Gravensteenbezetting van 16 november 1949 – waarbij 136 studenten en 1 scholier gedurende een hele namiddag het Gravensteen bezetten en een verbeten strijd voerden met politie, rijkswacht en brandweer – te herdenken. Het werd voor het eerst gepubliceerd in een van de uitgaven het blad van het Gentse K.V.H.V. in 1950 of 1951. Een precieze datum kan ik er niet opplakken, aangezien het archief van de RUG niet over die jaargangen beschikt en ik ze nergens anders te pakken kon krijgen
In 50 jaar Gravensteenherdenkingen (De Becker, 1999, 7-19) doen Valère Van Overwalle en J. Van Ooteghem het relaas van de grootste studentengrap uit de Belgische geschiedenis : “Het begon, zoals alle goede studentenprestaties, tussen pot en pint in een of andere drankgelegenheid. Daar vatten enkele studenten het plan op het oude Gravensteen, voor enkele uren althans, in te nemen. Het waren Felix de Hemptinne, Tony Claeys, Henry Hubené, Ludo Tollenaere, Valeer Van Overwalle en Jos De Seranno Op die bewuste woensdag 16 november 1949 werd in alle faculteiten geheime pamfletten rondgedeeld met de boodschap : “Dit briefje vlug en onopgemerkt laten doorgaan. De inhoud ervan geheimhouden. Commilitones, neemt allen deel aan de reusachtige studentengrap die op touw wordt gezet voor woensdag 16 november. Scenario : bezetting van het Gravensteen. Weest gij ook op post : komt het Gravensteen binnen tussen 14.30 en 15.10 u. Alles is geregeld voor uw aankomst. Komt niet in groepen. Bergt uw flatten in uw zak en blijft kalm en gedisciplineerd. Waarschijnlijk bierclub in het Gravensteen. Brengt munitie van alle slag, doch onopgemerkt, desnoods ook uw boterhammen mee. Einde tussen 18 en 19 uur??? Wachtwoord : Uilenspiegel! Belangrijk bericht : Zweigen. Feind hört mit!”
“…Op het Veerleplein, aan de voet van het Gravensteen, [vormden zich] hier en daar onopvallend studentengroepjes Ze leken eerder kalm en wachtten op verdere orders. Ondertussen was Ludo met een acht man sterke voorhoede naar het Gravensteen gestapt om, gewapend met reglementaire toegangskaartjes binnen te trekken en de baan vrij te maken van eventueel dienstdoende suppoosten Onder leiding van de enige ter plaatse fungerende suppoost werd dan een rondleiding aangevat In de ridderzaal onderbrak Ludo hem een deelde mee dat de studenten van Gent nu ook een onschuldig, vredelievend oorlogje wilden voeren Na enig aandringen bleek de suppoost overtuigd dat het zijn bezoekers ernst was en gaf zich onmiddellijk gewonnen. De groep stoof naar buiten en gaf het sein aan de wachtenden om zonder betaling naar binnen te stormen. De conciërge aan de ingang kon zijn ogen niet geloven maar kon niet verhinderen dat die gangsterbenden hem onder de voet liepen. In het gewoel kwam Henry met de beruchte tweewielerstootkar, beladen met fruitprojectielen, voetzoekers en op te hangen plakkaten, binnengehold. Als iedereen veilig en wel binnen was, moest de poort dicht Projectielen werden rondgedeeld en plakkaten opgehangen aan de kantelen met de door de bezetters ingestelde vorderingen : “Wij eisen bier aan drie frank”, “Nuts voor de nieuwe kepis”, “Wij eisen afschaffing van het Rolleke50″ en andere leuzen als “Uilenspiegel is nog niet dood!”. Als alles was rondgedeeld of opgehangen kwam er een eerste verrassing : tegen alle verwachtingen in arriveerden nog enkele toeristen die pas nu een rondleiding beëindigd hadden, bij een uitgang die versperd was. Ze wilden per se naar buiten. Het bleken Hollanders te zijn! Tot overmaat van ramp kwamen ook nog enkele laatkomers aan de buitenpoort roepen en op de deur bonzen om nog binnen te geraken Men besloot tot een ruil : de ene naar binnen, de andere naar buiten. Na veel wrikken en trekken ging de uitwisseling door en de poorten weer dicht Pas nu was iedereen opgelucht Er kome nu wat komen moet. Helaas, er kwam niemand. Iedereen keek hoopvol van de tinnen van de burcht neer en verwachtte elk ogenblik een ordehandhaver te zien opdagen, maar er kwam niemand langs. Wel vriendelijke Gentenaars die terugwuifden. Verder gebeurde er niets, helemaal niets. We begonnen sterk te twijfelen aan de opzet van de grap en vreesden voor een saaie, kleurloze namiddag. Maar niet getreurd. Van links naderden eindelijk twee fietsende politieagenten. Niets vermoedend wuifden ze terug naar de jolige studentenbende boven. Tot één van de twee door een fruitprojectiel getroffen werd. Alles veranderde op slag : geraakt in hun eer liepen ze naar de ingang en bonsden op de poort Het klonk onheilspellend : iedereen viel stil en wachtte af Eén van hen sloeg alarm en…eindelijk de start : het spel kon beginnen!
Niet lang daarna kwamen de eerste politiejeeps het plein opgereden met manschappen die verbaasd keken en riepen en chefs die bevelen gaven. Nog andere van hun spitsbroeders kwamen afgezakt : keken, riepen, gaven tekens[...] en zagen hopeloos toe Het plein vulde zich met burgers die lachend toezagen en ordehandhavers die keken, maar niets konden aanvangen. Men voelde dat er verandering op komst was. Er werd nu strategisch gedacht : alleen de brandweer kon hier hulp bieden. Met alarmgeloei en belgerinkel arriveerde de Gentse brandweer onder onstuimig gejuich en hoerageroep van de Gentse omstaanders voor wie de show nu echt ging beginnen. De brandweer ontrolde haar waterslangen en plaatste haar ladders in stelling tegen de buitenmuren. De mannen achter de wallen geraakten even in paniek als de eerste pompier naar boven klom met de spuit in aanslag. Vlak achter de kantelen op de nog groene graszoden lagen planken van herstellingswerken. Ik was even van mijn stuk gebracht als ik zag dat mijn spitsbroeders zo opgingen in hun spel dat zij alle voorzichtigheid uit het oog verloren : ze schoven de planken tegen de ladder aan en trachtten deze met geweld af te stoten. De studenten waren niet meer te houden. Ze rukten wild de graszoden uit de grond en gooiden ze met alle heftigheid naar die pompierskop op 3 meter voor hen! In het geharrewar en krijgsgewoel stond tussen de kantelen, onverstoorbaar als een veldheer, de Felix. Door een ouderwetse toeter bazuinde hij met een staccato stem “Politie van Gent, geef u over!” Een nieuw gerucht verspreidde zich. Een vierde medespeler was op komst. De rijkswacht, op oefening in Dendermonde, was teruggeroepen naar Gent. Er moest sterker ingegrepen worden : het plein werd ontruimd. Het was vijf uur geworden; de vooravond liet zich voelen. Vertoonden de bezetters oorlogsmoeheid of begon het welletjes te worden? Zeker was het dat enkele studentenleiders die zich in hun rangen bevonden dezelfde avond ergens anders moesten aanwezig zijn. Men besliste een kort overleg te houden benenden op de binnenkoer. Ondertussen hadden de pompiers het allerlaatste snufje van klimtechniek uit hun arsenaal gehaald : de hooguitschuivende Metzladder, voor de eerste maal in dienst te Gent. Gebruikmakend van de verzwakte aandacht van de bezetters werd ze naar de poort toe gereden en tegen de toren uitgeschoven. Felix had het gevaar zien aankomen en verdween als de bliksem naar de achterzijde van de buitenwal. Hij haalde een lasso van onder zijn jekker, gooide hem over een kanteel en duikelde naar beneden Een eerste ontsnapping was geslaagd. Tot verbazing van de overblijvenden verscheen in het bovenste torentje van het poortgebouw een politieagent, matrak in de vuist. Het verzamelde studentenheir besefte dat dit het einde was en iemand riep : “Iedereen blijft staan en niet meer bewegen!” Niemand bewoog nog, wat niet belette dat de agent de eerste de beste student die hij tegen het lijf liep afsloeg als een crimineel Andere agenten kwamen nu één na één uit de torenkamer, stormden naar beneden en bewerkten iedereen die zich op hun weg bevond Agenten waren erin geslaagd de poorten aan de binnenzijde te openen De ontzetting steeg. Iedereen was angstig. Eén van de commilitones, die tussen de anderen in de rij stond, was opgelucht als de slagen uitgedeeld waren. De angst was voorbij en hij voelde zich opgewekt. Het gebulder van de rijkswachtmajoor stoorde hem niet, doch hij begon zich te vervelen en wilde naar buiten om een sigaret op te steken. Hij veinsde onpasselijkheid en zakte tenslotte in elkaar. Kandidaten onder de studenten te over om hem naar buiten te dragen Hij voelde zich genoodzaakt het spel verder te spelen en verzon een list door een aanval van de vallende ziekte voor te wenden. Er kwam een dokter aan te pas die met een knipoog kon bekeerd worden om niet al te veel professionele ijver aan de dag te leggen. Door de politie werd beslist hem met een ziekenwagen naar een kliniek over te brengen. Gelukkig kon de dokter hen overtuigen hem onmiddellijk naar huis te laten transporteren Dat was dan nummer twee die ontsnapte. Een uur later stond uitbreker nummer twee terug aan het Gravensteen tussen de toekijkende menigte. Hij zag nog juist de overgebleven strijdmakkers in celwagens laden en naar het “rolleke” voeren. In hun nieuwe verblijfplaats werden verhoren afgenomen en processen-verbaal opgesteld Vanaf 22.30 uur werden ze per twee losgelaten”
“De dagbladen lieten natuurlijk deze gelegenheid tot sensatieberichtgeving niet voorbijgaan. Alle Vlaamse kranten wijdden ellenlange artikels aan de inname. De Gravensteeninname haalde zelfs de buitenlandse pers The New York Herald Tribune had zelfs tanks gezien en verklaarde onomwonden : The students of Ghent are the biggest of the world although they are not Americans!” “Voor de studenten was het ergste geval natuurlijk de mogelijkheid tot een geopend strafregister : onder de helden bevonden zich inderdaad een aanzienlijk aantal juristen en ook voor de anderen was een zwart blaadje bij de polite geen aangenaam vooruitzicht. Toch hadden de studenten grote troeven in handen : de pers was in het algemeen gunstig gestemd en ook de Gentse publieke opinie schatte de grap naar haar volle waarde. Er werd dan ook van rechtsvervolging afgezien.”
De Slag om het Gravensteen
1. Te Gent, de oude stede,
Daar lag het Gravensteen
Sinds eeuwen als vergeten,
Verlaten en alleen.
Tot plots studentenkeerlen,
Belust op leute en lach,
Met list de burcht verov’ren,
Zo zonder stoot of slag.
Keerzang:
Spuiters van Vlaanderen!
Gent brult van pret:
“‘t Gravenkasteel door studenten bezet!”
Ze zitten er binnen! wie krijgt z’er uit.
Ze vrezen noch knuppel, noch water, noch spuit!
Belegeraars zo ge ten aanval wilt gaan.
Past op, past op, past op, past op!
Uilenspiegel, Uilenspiegel voert hen aan?
2. ‘t Pandoerenheir, zeeghaftig,
Rolt ladders bij de muur,
En neemt met waterlansen,
De ruïne onder vuur.
Maar appels als granaten,
Ontploffen op de grond,
En ‘t slijmig schroot zaait pletsend,
Verwarring in het rond.
3. ‘t Studentengild, verbeten
Bedekt met stof en as,
Verschoot zijn laatste appel,
Zijn laatste zode gras.
Toen was hun strijd gestreden…
Maar, door de eeuwen heen,
Zal Vlaadrens lach herdenken,
De slag om ‘t Gravensteen!