Over KVHV - Geschiedenis

Rodenbach’s vrienden

Albrecht RodenbachDe allereerste groepering van katholieke Vlaamse studenten aan de, toen nog volledig Franstalige, Gentse Rijksuniversiteit was de Vlaamsch Katholieke Gilde, gesticht in 1887. Vanaf 1889 namen ze de naam Rodenbach’s Vrienden aan. Tot kort na de Eerste Wereldoorlog groepeerden de Rodenbach’s Vrienden de voorgangers van het huidige KVHV, en speelden o.a. in de strijd om de vernederlandsing van de Gentse Alma Mater, een niet te onderschatten rol. De Rodenbach’s Vrienden waren hoofdzakelijk een letterkundig genootschap die toneelvoorstellingen, zangavonden en voordrachtsavonden (ook politieke) hielden. Ze waren de tegenhanger van het linkvrijzinnige en toen nog Vlaamsgezinde ’t Zal Wel Gaan.

Aan de Vlaamse Hogeschool (1916-1918) was er de Katholieke Studentenkring ‘Jan Van Ruusbroec’ dat een onderdeel was van het overkoepelende Gentsch Studentencorps (GSC). In het GSC werkten Vlaamsgezinde gelovige en vrijzinnige studenten samen in een geest van werkelijke kameraadschap en solidariteit. Dit GSC, met als leuze “”Hou ende trou”, was tijdens zijn kortstondig bestaan een modelvereniging van zelfbewuste en strijdbare jonge intellectuelen, bij wie volksbelang de persoonlijke tegenstellingen verdrong.

 

Na de Eerste Wereldoorlog

Na 1919 herleefden de oude studentenverenigingen, ook de Rodenbachs’ Vrienden, die in 1923 herdoopt werd tot Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV). Dit eerste KVHV kwam echter nooit uit de schaduw van het Algemeen Vlaamsch Hoogstudentenverbond (AVHV) dat te Gent bestond tussen 1919 tot 1933 en dat een overkoepeling was van alle Vlaamsgezinde studenten in Gent, Leuven, Antwerpen en Brussel.

De Leuvense tak van het AVHV was het Vlaamsch Verbond, vanaf 1923 ook KVHV genoemd. Het AVHV trad op als vertegenwoordiger van alle Vlaamse studenten. Het was dan ook dit AVHV dat de fameuze boycotactie tegen de Nolfbarak (tweetalige hoorcolleges aan de Gentse unief) leidde, midden de jaren ’20. Rodenbachs’ Vrienden en Gentse KVHV’ers (vanaf 1923) namen steeds bijna alle bestuursfuncties op in het AVHV-Gent.

Het KVHV-Gent zelf kende daarentegen amper activiteit en verdween van het Gentse toneel rond 1931. Dit kwam doordat het AVHV (Vlaams-nationalistisch) en het, in 1923 door de Vlaamsgezinde pater Callewaert opgerichte Sint-Thomasgenootschap (katholiek- religieus) zeer sterk stonden in Gent en elk een van de pijlers van het KVHV belichaamden. Bovendien waren zeer veel studenten zowel lid van het AVHV en van Sint-Thomas.

 

Op het einde van het interbellum

Tijdens de tweede helft van de jaren dertig was het klimaat echter gunstig voor de heroprichting van een grote en sterke katholiek-Vlaamse studentenvereniging. Onder impuls van Oscar Bogaert, José Meiresonne, Ward Opdebeeck en Raf Van den Abeele ging het KVHV op 8 maart 1939 terug van start. In enkele maanden groeide het KVHV-Gent uit tot de grootste en meest actieve studentenvereniging aan de RUG. Het KVHV verdrong zo het Gentsch Studentencorps (GSC), dat in ’33 het AVHV-Gent als overkoepeling verving. Alle rechtse (dus katholieke) en Vlaams-nationale studenten werden lid van het KVHV om zo een tegenwicht te bieden aan de numeriek zwakkere, maar wel beter gestructureerde linkse studenten.

Het KVHV-Gent gaf een eigen blad uit met de naam “Ons Verbond” waarvan slechts vier nummers verschenen wegens het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

In november 1940 werd dan ook besloten de activiteiten te staken en het KVHV werd opgeslorpt door het in oktober van dat jaar gestichte Gentsch Studentenverbond (GSV). Eerste GSV praeses werd Raf Van den Abeele, voordien KVHV praeses. Het GSV was vanaf dan de organisatie van alle actieve krachten uit die, om meer dan een reden, zeer bewogen tijd.

 

Na de Tweede Wereldoorlog

Dit alles veranderde na 1944: ook in studentenkringen was de “bevrijding” losgebroken; het was de periode van de wegzendingen, de patriottische terreur, de periode waarin het “kind van het verzet”, de “Nationale studentengroepering” (NSG) het licht aanschouwde. In tegenstelling tot zijn voorgangers AVHV, GSC en GSV was deze NSG Belgisch-nationaal, uitgesproken sterk vrijzinnig, en zeer bevriend met de rectoraatskringen. Geen wonder dat de katholieke Vlaamsgezinden zich daar niet thuis voelden, en naar een eigen organisatievorm zochten. Die kwam er met de heroprichting van het KVHV (Nieuwjaar 1945) onder praesidium van Lode van der Vliet.

De eerste jaren was men nog zeer voorzichtig: werd niet overal rondgebazuind dat de Vlaamse beweging tot het verleden behoorde? Tijdens de eerste jaren organiseerde het KVHV noodgedwongen openbare verbondsvergaderingen met geallieerde en Belgische kleuren, met dito liederen en sprekers. De universiteit keek immers nauwlettend toe.Toch was er leven, het KVHV groeide. “Ons Verbond” verscheen vijfmaal per jaar.

Wim Jorissen wijzigde in 1946-47 de richting drastisch: een hoofdartikel “De repressie een fiasco” maakte heel wat ophef; nog meer kwam het Verbond in de actualiteit, toen “onbekenden” een bomaanslag pleegden op het studentenlokaal de Roeland, waar de Dietsgezinde professor Pieter Geyl kwam spreken.

In ‘41 werd professor Corneel Heymans (Nobelprijswinnaar) voorzitter van de beheerraad, als opvolger van senator professor Edgard De Bruyne; hij zou, tot zijn emeritaat, voor de opeenvolgende praesidia een bedachtzaam en wijs raadsman blijken.

De daaropvolgende jaren groeide het Verbond meer en meer uit tot de sterkste studentenbeweging te Gent; niet alleen had het KVHV verreweg het grootste ledenaantal het had ook de veelzijdigste werking: naast de algemene verbondsactiviteiten was er de Politieke studiekring, de Kulturele Kring, Koor, Fanfare, de jarenlang bloeiende volksdansgroep “Die Lioene” en de roemruchte Verbondswacht.

In de jaren 1949-50 zag men het Verbond actief optreden in de Koningskwestie die toen het land in rep en roer stelde. Maar ook op studentikoos vlak bleek het KVHV zeer inventief en actief met o.a. de legendarische bezetting van het Gravensteen door de studenten op 16 november 1949, een studentengrap die de wereldpers haalde.

In 1951 zette men voorlopig een punt achter de traditie van het elk jaar verhuizen, en betrok het KVHV een secretariaat in Huize Malpertuus. In de feestzaal werden van dan af de grote, in de studiezaal de kleine vergaderingen ingericht. Het ledenaantal overschreed in het begin de ’50’er jaren de 1000, en dat voor amper 3000 Gentse studenten.

Het jaar 1953-54 bracht de beruchte Fosty-betoging onder leiding van de Franstalige oud-weerstander Jean Fosty. Omwille van die zogenaamde herstelbedevaart werd Diksmuide volledig afgesloten. KVHV-Gent en –Leuven hadden namelijk opgeroepen de betoging te saboteren met “operatie Uylenspieghel”. Dit lukte evenwel niet. Zo’n 400 studenten werden opgepakt. Toch werd het een grote morele overwinning voor het KVHV: 7500 rijkswachters voor 4000 Belgicistische betogers. Het KVHV organiseerde hierop een zegetocht door Leuven waarop kreten te horen vielen als “Weg Fosty”, “Amnestie” en “Leuven Vlaams”.

Het volgende academische jaar onder Herwig De Jonghe was al even bewogen: de schooltijd (“Weg met Collard”) eiste het Verbond weer wekenlang op. Weer nieuwe, positievere initiatieven de volgende jaren: o.a. de Walenwerking met een reeks bonte avonden voor Vlamingen in Wallonië. In 1958 kon de samenwerking met het Katholiek Universitair Centrum niet langer worden doorgezet. Praeses Francis Antonis waagde toen de grote stap naar een eigen Verbondshuis(je) in de Lamstraat. Toen men echter na 2 jaar weer verhuizen moest, werden de zaken groots aangepakt door enkele oud-leden. De v.z.w. “Het verbondshuis” werd gesticht en in de St.-Pietersnieuwstraat werd een ruim huis gehuurd, met secretariaat, eetzaal, bar en een tiental studentenkamers. Het was de bedoeling, van dit Verbondshuis een centrum te maken voor een dynamische en tijdaangepaste Vlaamse studentenbeweging. Naar het einde van de jaren ’60 toe was het verbond intern verscheurd en bleek het niet voldoende in staat zich staande te houden in de woelige periode van studentenrevoltes en algemene contestatie. Ook financieel kreeg het KVHV het steeds moeilijker. Na een periode van achteruitgang verdween het KVHV gedurende een jaar van het Gentse toneel.

 

Na mei ’68

In 1969 hervatte het verbond de activiteiten onder impuls van Vic van Branteghem. KVHV-Gent herleefde en kende een felle concurrentiestrijd met de Vlaams Nationale Studenten Unie (VNSU). Bij de heroprichting was het KVHV uitdrukkelijk rechts en Vlaams-nationalistisch terwijl de extreem linkse en communistische strekking in de studentenverenigingen aan de R.U.G. zeer sterk vertegenwoordigd was. Deze polarisatie leidde onvermijdelijk tot een treffen op 21 oktober 1974 toen leden van het KVHV poogden de opvoering van het smadelijk toneelstuk “Verschaeve” te verhinderen. De KVHV-ers geraakten verwikkeld in een ware veldslag met gewapende MLB en AMADA leden. KVHV-Gent kreeg de volledige schuld van dit treffen en werd verboden aan de Universiteit, d.w.z. uit alle conventen uitgesloten. Het hield dan ook op te bestaan in 1977. De geschiedenis zal moeten uitmaken wie de werkelijke schuldige was.

 

Tachtiger jaren

Na enkele jaren van windstilte besloten enkele enthousiastelingen het KVHV opnieuw op te richten. Het Verbond kreeg met Veronique Libert in deze periode ook haar eerste vrouwelijke praeses. Enkele debatten werden georganiseerd en ter attentie van de nieuwe afdeling vond de nationale cantus van het KVHV dat jaar in Gent plaats.

Ondanks zware tegenkanting van ’t Zal Wel Gaan slaagde het KVHV erin om erkend te worden door de universiteit door opname in het Voorlopig Konvent. De zware erfenis van 1974 woog wat betreft het aantrekken van nieuwe leden nog steeds op de schouders van KVHV, zodanig dat het Verbond doodbloedde met het afstuderen van de oprichters.

 

Negentiger jaren

In 1991 werd met morele en andere steun vanuit KVHV-Antwerpen het Gentse Verbond opnieuw heropgericht. De eerste taak was KVHV nieuw leven inblazen, actieve leden aantrekken en het Verbond terug tot vaste waarde maken in het Gentse studentenleven. Het Verbond kende een moeizaam bestaan en werd pas in 1997 opnieuw erkend door de Universiteit, ditmaal in het Politiek en Filosofisch Konvent (PFK). Niettegenstaande zware tegenstand van links en extreemlinks wist het KVHV zich te handhaven in het PFK en in de universitaire gemeenschap.

De fundamenten waren gelegd, de heropbouw kon beginnen. In 1998 werd in de schoot van KVHV, het Gents Studenten Korps (GSK) dat als koepelorganisatie voor een traditioneel-studentikoos studentenleven fungeerde. Hiermee betwistte het KVHV-GSK de leiding over de studentikoze gemeenschap door SK-Ghendt, dat steeds minder streekgebonden clubs telde en veranderende interpretaties gaf aan het begrip ‘traditionele studentikoziteit’. Verdere stappen in de herstructurering van KVHV kwamen er met de oprichting van een Oud-Studenten Kring (OSK) en een Raad van Beheer in de daarop volgende jaren. Het Verbond groeide opnieuw uit tot de grootste politieke studentenvereniging en nam zijn alomtegenwoordige plaats in het Vlaamse studentenleven opnieuw in. Door de sterke groei en dominantie van het KVHV hield de Vlaams-Nationale Studenten Unie (VNSU) op te bestaan en had de Nationalistische Studenten Vereniging (NSV) geen werking van betekenis meer.